In deze monografie worden de overeenkomsten van bruikleen en verbruikleen behandeld. Bijzondere aandacht gaat uit naar de overeenkomst van geldlening, als specialis van de overeenkomst van verbruikleen.
De overeenkomsten zijn reëel van aard. De principiële vraag of dat zo zou moeten blijven, wordt besproken. De auteur pleit voor het consensuele stelsel.
De wetgever, zo blijkt uit dit boek, staat te weinig stil bij de ontwikkelingen die zich met betrekking tot deze overeenkomsten hebben voorgedaan. Meer dan voorheen worden deze overeenkomsten gesloten in de commerciële sfeer. De wettelijke regeling gaat nog vooral uit van overeenkomsten in de sfeer van vriendendiensten.
Mede aan de hand van buitenlandse literatuur en rechtspraak wordt bezien of, in welke mate en op welke wijze de wettelijke regeling aangepast zou moeten worden aan deze ontwikkelingen.
Getracht zal worden de kredietovereenkomst en de overeenkomst van geldlening in onderling verband te beschouwen: wat is het genusbegrip?
Aanvullende informatie
Over de auteur:
Mr. J.G.Gräler, geboren in 1959, studeerde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na enkele jaren als kandidaatnotaris werkzaamte zijn geweest, is hij in 1997 benoemd tot notaris te ’s-Hertogenbosch. Thans is hij partner bij Huijbregts Notarissen en Adviseurs te ’s-Hertogenbosch en Vlijmen.