Verstrekt een centrale bank liquiditeiten aan een 'gewone' bank, dan moeten deze worden gedekt door toereikend onderpand. Dit onderpand kan bestaan uit kredietvorderingen, dat wil zeggen geldvorderingen die voortkomen uit een overeenkomst waarbij een bank krediet verstrekt in de vorm van een lening.
In Nederland bestaan echter barrières voor wat betreft het in zekerheid geven van kredietvorderingen. De Nederlandsche Bank accepteert namelijk geen stille verpanding ervan. Dit is een groot probleem voor de financieringspraktijk.
In dit boek wordt een mogelijkheid geschetst om uit deze impasse te komen en te voldoen aan de macro-economische behoefte van het vergroten van de marktliquiditeit. De vraag hoe de onlangs gewijzigde Richtlijn Financiëlezekerheidsovereenkomsten (Richtlijn 2009/44/EG) in het Burgerlijk Wetboek moet worden geïmplementeerd, staat daarbij centraal.