Waarheid en waarheidsvinding in het recht

Preadviezen NJV 2012-1

Nederlandse Juristen Vereniging
 
Zonder waarheid geen recht. Zonder recht geen jurist.
  • Beschrijving

    Waarheid en waarheidsvinding in het recht is het thema van deze preadviezen. Het onderwerp wordt uitgewerkt vanuit de rechtstheorie (M.A. Loth), voor het civiele (proces) recht (G. de Groot), het bestuursrecht (A. Gerbrandy) en voor het Strafrecht (M.S. Groenhuijsen).

    Rechtstheorie.: De centrale vraag van deze bijdrage ligt in de titel besloten: wat vinden wij wanneer wij de waarheid vinden? Wat gaat er eigenlijk schuil achter de waarheidsbegrip? Welke rol speelt in het proces van waarheidsvinding in de rechtspraak? En hoe verhoudt het zich tot het bewijsoordeel waarin dat proces resulteert?

    Civiel (proces)recht.: De Groot heeft haar civielrechtelijke bijdrage hoofdzakelijk gewijd aan de betekenis van waarheidsvinding in het procesrechtelijke beslissingsmodel van de civiele bodemprocedure, in het bijzonder bij de toepassing van het leerstuk van de aanvulling van rechtsfeiten en rechtsgronden door de rechter en de comparitie na antwoord in eerste aanleg.

    Bestuursrecht.: Gerbrandy heeft haar bijdrage gewijd aan het onderwerp waarheidsvinding in het bestuursrecht en meer in het bijzonder: waarheidsvinding door de bestuursrechter en gaat o.m. in op het verschil tussen het rechtspreken door een bestuursrechter enerzijds en door de civiele rechter en de strafrechter anderzijds. De bestuursrechter komt in beginsel aan bod nadat een bestuursorgaan de waarheid al heeft vastgesteld en heeft neergelegd in (de feitelijke grondslag van) een besluit. Het is het besluit dat ter toetsing voorligt aan de bestuursrechter, de waarheid bij en door de rechter wordt vastgesteld als reactie op een reeds vastgestelde waarheid.

    Strafrecht.: Groenhuijsen schetst eerst ontwikkelingen die er aan hebben bijgedragen dat het waarheidsprobleem in het strafrecht door een aantal ontwikkelingen in een ander licht is komen te staan. Denk bijvoorbeeld aan in het licht getreden rechterlijke dwalingen (Puttense moordzaak, Schiedammer parkmoord), de grote invloed van deskundige niet-juristen in moderne strafprocessen, de veranderende rol van de raadsman van de verdachte (toegenomen kwaliteit en toegenomen bevoegdheden in de fase van het politieverhoor a.g.v. de Straatsburgse arresten Salduz en Panovits) en de emancipatie van het slachtoffer. De auteur besteedt hierna achtereenvolgens aandacht aan het waarheidsbegrip in het strafrecht, het verschil tussen de bewijsvraag enerzijds en de diverse andere feitelijke beslissingen die de rechter moet nemen anderzijds (bijv. voorlopige hechtenis, strafoplegging, voordeelsontneming) en de waarheidsaanspraken die daarbij in het geding zijn. Ook vraagt Groenhuijsen zich af of een zuivere waarheidsvinding wellicht vereist dat een strafproces in twee fasen moet worden ingedeeld. Een fase voor de schuldvraag en een aparte fase voor het opleggen van sancties incl. aandacht voor de slachtoffers van misdrijven). Groenhuijsen voert ook redenen aan voor het verlaten van het bestaande negatief-wettelijke bewijstelsel ten gunste van een vrij bewijsstelsel. De rol van deskundigen wordt tenslotte apart belicht.

    Meer lezen
  • Auteurs

    Nederlandse Juristen Vereniging
  • Specificaties

    Druk
    1
    ISBN
    9789013106213
    Verschijningsdatum
    12 april 2012
    Code
    10291034
    Verschijningsvorm
    Boek
    Aantal pagina's
    312
  • Alle bestelopties

    € 45,00
    Prijs per stuk (incl. btw) | Losse order | Normaal leverbaar | Gratis verzonden
    € 45,00
    Prijs per stuk (incl. btw) | Abonnement | Normaal leverbaar
    • U ontvangt de huidige druk en vervolgens automatisch nieuwe drukken.
 
Recent bekeken

Veelgestelde vragen