Centraal staat de vraag hoe de rechter binnen het Nederlandse vennootschapsrecht op systematische(r) wijze het gedrag van ondernemende bestuurders kan toetsen. Daarbij richt de auteur zich op het frequent toegepaste enquêterecht en bestuurdersaansprakelijkheid in de zin van art. 2:9 BW. Aan rechterlijke toetsing van bestuurlijk gedrag in de context van gevoerd ondernemingsbeleid zitten haken en ogen, die in het eerste hoofdstuk in kaart worden gebracht.
In hoofdstuk 2-4 wordt bezien hoe binnen het vennootschapsrecht van Delaware rekening wordt gehouden met voornoemde haken en ogen. Daarbij speelt de rechtsfiguur business judgment rule een voorname rol. In hoofdstuk 5 worden de enquêterechtelijke kernbegrippen 'wanbeleid', 'onjuist beleid' en 'gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen' geanalyseerd.
In hoofdstukken 6-7 wordt een nuancering bepleit van de wijze waarop de Ondernemingskamer in enquêteprocedures bestuurlijk gedrag dient te toetsen, inclusief een werkmethode die ten slotte ook wordt ingepast in de systematiek van art. 2:9 BW.
Kluwer
- U bent niet ingelogd
- Inloggen
- Registreren
- Mijn winkelwagen 0
Rechterlijke toetsing van bestuurlijk gedrag
Centraal staat de vraag hoe de rechter binnen het Nederlandse vennootschapsrecht op systematische(r) wijze het gedrag van ondernemende bestuurders kan toetsen.
Druk
1
ISBN
9789013047721
Verschijningsdatum
16 jul 2007
Aantal pagina's
744
Direct bestellen
Alle bestelopties
Boek
€ 27,50
- Prijs per stuk (incl. btw)
- Losse order
- Normaal leverbaar
- Gratis verzonden
Beschrijving
Meer lezen
Alle bestelopties